Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:24.
9. In de mem.van toel. bij het ingetrokken wetsvoorstel Herziening van het afstammingsrecht (20.626 nr. 3) werd als een van de uitgangspunten van de voorgestelde regeling genoemd dat de verwekker zijn juridisch vaderschap moet kunnen laten vaststellen; dat zou volgen uit art. 8 EVRM. Hij zou daarom ook toegelaten moeten worden tot het bewijs dat hij de biologische vader is. Omgekeerd zou het kind in beginsel ook die mogelijkheid moeten hebben; het zou de ‘’bloedband’’ moeten kunnen bewijzen (p. 14–15). Elders in de memorie (p. 18) wordt gesproken van het in art. 8 EVRM gewortelde beginsel ‘’dat het kind er recht op heeft de bloedband die er bestaat tussen hem en zijn verwekker te laten vaststellen’’. Het voorlopig verslag pakte deze gedachte op door de openheid jegens kinderen over hun afstamming als algemene leidraad naar voren te brengen. De mem. v. antw. had daarna een voorzichtiger toon dan de eerdere stukken: wat de voorlichting aan een kind over zijn afstamming betreft werd verwezen naar de Nota Kunstmatige bevruchting en draagmoederschap (II 1987–88, 20.706 nr. 2). In die nota wordt uitgegaan van de anonimiteit van de donor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 18726 tot 19909.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3 | shasum -a 256