Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:24.
De mem. v. toel. vermeldt, mede in antwoord op opmerkingen van de Raad van State, dat volgens de regering het arrest-Gaskin niet dwingt tot doorbreking van de anonimiteit van de donor; wel zou, in het licht van dat arrest, een procedure nodig zijn in geval van weigering van instemming door de donor of in geval van diens overlijden of onvindbaarheid (23.207 nr. 3, p. 16). De memorie bericht ook dat de adviezen en commentaren op een concept-wetsvoorstel zeer verdeeld waren. Eenzelfde verdeeldheid blijkt ook uit het voorlopig verslag: de ene fractie pleit voor openheid, de andere vraagt zich af of openheid wel zo opportuun is, een derde meent niet te kunnen oordelen zolang niet onderzoek is verricht naar de vraag of onbekendheid van het kind met de vader nu werkelijk zo traumatiserend werkt. De ministers menen een juist evenwicht te hebben gevonden. In de mem. v. antw. merken zij overigens op dat het wetsvoorstel naar hun mening geen ‘’voorbeeld-functie’’ kan hebben voor vorderingen jegens de moeder om de identiteit van de natuurlijke vader bekend te maken (23.207 nr. 6, p. 21).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 23100 tot 24214.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3 | shasum -a 256