Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:24.
Daarbij moet aangetekend worden dat de tegenstanders van het recht op afstammingsgegevens als hoofdargument een gedachte hanteren die uitsluitend in geval van kid van toepassing is: als de anonimiteit van de donor niet wordt gewaarborgd, zou de animo om als donor op te treden drastisch teruglopen. De ervaringen in Zweden, waar de anonimiteit van de donor is opgeheven, schijnen deze veronderstelling te bevestigen. Zie Rapport Ned. Gezinsraad, Recht op afstammingsvoorlichting, moderne voortplantingstechnieken en het belang van het kind (1988) no. 5.3–5.4. Sommige voorstanders van openheid voeren hetzelfde argument aan: zij juichen vermindering of verdwijning van donorinseminatie toe, omdat k.i. tot echtparen beperkt zou moeten blijven, zonder medewerking van derden. Zie bv. motie-Van der Vlies c.s., ingediend tijdens de reeds genoemde uitgebreide commissievergadering (20.706 nr. 12): alleen binnen een huwelijk zou een duidelijk identificeerbare relatie bestaan van het kind met een vader en een moeder. Daar wordt weer tegenover gesteld dat donorenschaarste ook tot allerlei onwenselijke commerciële praktijken zou kunnen leiden (‘’zwartzaadcircuit’’, ‘’kid-toerisme’’ etc.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 24796 tot 26016.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3 | shasum -a 256