Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:24.
Art. 7 Verdrag inzake de rechten van het kind beschermt het recht van het kind zijn of haar ouders te kennen, zij het met begrenzingen (‘’voor zover mogelijk’’) waarvan het verloop moeilijk is vast te stellen. Het Verdrag is nog niet bekrachtigd. Art. 8 EVRM beschermt, volgens de rechtspraak van het Europese Hof, het grondrechtelijk geïnspireerde belang van het kind om toegang te hebben tot identiteitsbepalende gegevens, maar gaat er, blijkens diezelfde rechtspraak, van uit dat dit belang moet worden afgewogen tegen het eveneens door art. 8 beschermde privacy-belang van hen die deze gegevens hebben verschaft. Dat het kind zijn aldus beschermde aanspraak niet alleen jegens de overheid geldend kan maken maar ook jegens particulieren als de Stichting, is niet aan twijfel onderhevig (HR 9 jan. 1987 NJ 1987 no. 928; HR 1 juli 1988 NJ 1988 no. 1000).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 28843 tot 29722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3 | shasum -a 256