Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:24.
In een van de commentaren op het arrest van het hof van 1991 wordt de redenering van het hof gekritiseerd omdat nog nooit eerder beslist zou zijn dat het privacyrecht in de loop van de tijd verbleekt (Handb. Privacybescherming 5021–227). Die kritiek is ongerechtvaardigd: indien de bescherming van de persoonlijke levenssfeer moet worden afgewogen tegen andere grondrechtelijk getinte rechten, is mede van belang hoeveel betekenis aan de niet-toegankelijkheid van bepaalde gegevens moet worden toegekend, en het antwoord op die vraag kan in de loop van de tijd veranderen. De aard van de te beschermen gegevens kan daarbij niet buiten beschouwing worden gelaten. Het belang om lidmaatschap van communistische organisaties tegenover de overheid geheim te houden zal bv. in 1951 zwaarder hebben gewogen dan in 1991. Een 25-jarige kan er groot belang bij hebben dat derden, bv. toekomstige werkgevers, niet weten dat hij wegens hartstoornissen is afgekeurd voor militaire dienst, of dat hij in behandeling is geweest voor een drankprobleem; als hij 65 is geworden, weegt dat belang in een afwegingsproces minder zwaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 38063 tot 39194.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3 | shasum -a 256