Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:24.
De stelling die het middel hier verdedigt is dat de dochter inzage dient te verkrijgen van de gegevens omdat dit haar betreffende gegevens zijn, al zijn zij door de moeder aan de Stichting verschaft. Daarom zou de dochter niet als ‘’derde’’ moeten worden aangemerkt, zodat zij volgens de wetgeving op persoonsregistraties inzagegerechtigd is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 43408 tot 43772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3 | shasum -a 256