Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:24.

Dat neemt niet weg dat voor andere gegevensverzamelingen het begrippenapparaat van de Wet kan worden gebezigd. Er is dan echter geen twijfel dat het kind als derde moet worden aangemerkt, ook al heeft de moeder gegevens verschaft die mede het kind betreffen. Zie art. 1 van de Wet; Verslag Registratiekamer 1989–1991 p. 52. Dat gegevens omtrent X voorkomen in een rapport over Y, of verschaft zijn door Z, betekent niet dat deze gegevens voldoende zelfstandigheid hebben om als een X betreffende registratie te worden aangemerkt. Zie ook HR 2 dec. 1988 NJ 1989 no. 752 ten aanzien van medische gegevens: anderen dan degene van wie een dossier is aangelegd zijn derden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d30acfc256d295abbf341ffae215ba6e0d01782bba270c7c82fac23a070bbb3, en de alinea staat in dat document op bytes 44272 tot 44956.