Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994, ECLI:NL:PHR:1994:39.
“De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof onder meer betoogd dat de inleidende dagvaarding ten aanzien van het onder 1 telastegelegde nietig behoort te worden verklaard. Hij heeft daartoe aangevoerd dat die dagvaarding op dat punt innerlijk tegenstrijdig is, immers de daar beschreven feitelijke handelingen (vingeren en/of beffen) kennelijk dienen als nadere omschrijving van het telastegelegde “sexueel binnendringen van het lichaam”, zulks hoewel die handelingen niet als een sexueel binnendringen in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht kunnen worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b43eb68ada65cdd6c691552b8240400b866fa34a63f690f9435e27b78d580c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b43eb68ada65cdd6c691552b8240400b866fa34a63f690f9435e27b78d580c, en de alinea staat in dat document op bytes 6130 tot 6754.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/21b43eb68ada65cdd6c691552b8240400b866fa34a63f690f9435e27b78d580c | shasum -a 256