Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994, ECLI:NL:PHR:1994:39.

“Ten aanzien van de onder 1 bewezenverklaarde feitelijkheid, bestaande in het opzettelijk opsluiten van [slachtoffer] door verdachte in zijn wagen, door middel van de centrale deurvergrendeling, merkt het hof op dat een dergelijke feitelijkheid niet zonder meer behoeft te worden beschouwd als een “opsluiten” in eigenlijke zin (“het onmogelijk maken de wagen te verlaten”), nu -zoals ook door de raadsman is betoogd- aangenomen mag worden dat een dergelijke vergrendeling betrekkelijk eenvoudig, ook vanaf de plaats van de passagier, kan worden opgeheven. Het hof is echter van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden, zoals daarvan blijkt uit de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen, en mede in aanmerking genomen de leeftijd van het slachtoffer (een meisje van 14 jaar), het psychologische effect van het door verdachte sluiten van de deurvergrendeling (hetgeen

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b43eb68ada65cdd6c691552b8240400b866fa34a63f690f9435e27b78d580c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b43eb68ada65cdd6c691552b8240400b866fa34a63f690f9435e27b78d580c, en de alinea staat in dat document op bytes 8636 tot 9525.