Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994, ECLI:NL:PHR:1994:39.

11. Ik versta deze overweging van het hof aldus, dat daarin tot uitdrukking is gebracht zijn -in het licht van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen te begrijpen- feitelijke oordeel dat het afsluiten van de auto door middel van de centrale deurvergrendeling door de verzoeker is gebezigd als middel om een zodanige psychische druk op het slachtoffer uit te oefenen dat deze geen weerstand zou bieden aan het onvrijwillig ondergaan van de bewezenverklaarde handelingen. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en doet niet blijken van een onjuiste rechtsopvatting. Zie ook Noyon-Langemeijer-Remmelink, aant. 6 bij art. 242 en aant. 3 bij art. 284, Tekst en Commentaar, aant. 9 bij art. 242 Sr en (uitvoeriger) Machielse, DD 1992 blz. 716 ev.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b43eb68ada65cdd6c691552b8240400b866fa34a63f690f9435e27b78d580c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b43eb68ada65cdd6c691552b8240400b866fa34a63f690f9435e27b78d580c, en de alinea staat in dat document op bytes 9856 tot 10608.