Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 1994, ECLI:NL:PHR:1994:39.

15. Mij dunkt dat het hof, aldus overwegend, genoegzaam tot uitdrukking heeft gebracht van oordeel te zijn dat de noodzaak van een onderzoek als waartoe het gedane verzoek strekt, niet is gebleken en dat het hof zich met betrekking tot de in het verzoek bedoelde ‘realiteitszin’ en ‘gewetensfunctie’ reeds voldoende ingelicht achtte. Hiermee heeft het hof de in art. 316 lid 1 WvSv bedoelde maatstaf niet miskend, terwijl zijn feitelijke beslissing niet onbegrijpelijk is en in cassatie niet nader kan worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b43eb68ada65cdd6c691552b8240400b866fa34a63f690f9435e27b78d580c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b43eb68ada65cdd6c691552b8240400b866fa34a63f690f9435e27b78d580c, en de alinea staat in dat document op bytes 12577 tot 13116.