Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:4.

1. In deze zaak, gaat het om het volgende: Verweerder in cassatie, [verweerder], heeft aan eiser tot cassatie, [eiser], een winkelruimte met bovenwoning, [a-straat 1] te [plaats], verhuurd voor een periode van vijf jaar, ingaande 15 april 1987, tegen een met ingang van 1 december 1987 verschuldigde huurprijs van f 18.750,- per kwartaal, bij vooruitbetaling te voldoen. Art. 3.1 van de huurovereenkomst d.d. 24 september 1987 bevat met betrekking tot de te betalen huurprijs de volgende bepaling: "Ieder beroep op korting of compensatie met een vordering die de huurder op de verhuurder heeft of zal krijgen is uitgesloten." [eiser] heeft het pand omstreeks 1 december 1987 in gebruik genomen en tot maart 1991 bewoond. Hij heeft geen huurpenningen betaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c, en de alinea staat in dat document op bytes 4415 tot 5222.