Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:4.
5. Middelonderdeel 1 richt zich tegen de rechtsoverwegingen 2.4 en 2.5 van het tussenvonnis alsmede tegen rechtsoverweging 2.2.30 van het eindvonnis. Opgekomen wordt tegen het oordeel van de Rechtbank dat art. 3.1 van de huurovereenkomst – waar (zoals gezegd) met betrekking tot de te betalen huurprijs is bepaald dat "ieder beroep op korting of compensatie" met vorderingen van de huurder op de verhuurder is uitgesloten – een beroep van [eiser] op de exceptio non adimpleti contractus uitsluit. In rechtsoverweging 2.4 van haar tussenvonnis verwierp de Rechtbank [eiser] beroep op de exceptie met de volgende overweging: " Wat er ook zij van de ernst van de gestelde gebreken en afgezien van de vraag of het beroep op de exceptie mogelijk is, danwel in strijd zou zijn met de goede trouw, artikel 3.1 van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst sluit beroep op een dergelijke korting of compensatie uit, zodat de genoemde exceptie [eiser] niet kan bevrijden van zijn verplichting tot betaling van de overeengekomen huurpenningen. De wanprestatie van [eiser] door niet betaling van die huurpenningen is daarmee gegeven zodat de vordering in conventie terecht is toegewezen door de kantonrechter ." Ik wijs er hierbij op dat in het dictum van het tussenvonnis ook in conventie iedere beslissing is aangehouden, zodat het tussenvonnis weliswaar een eindbeslissing bevat doch overigens niet tevens een eindvonnis is. Problemen op het terrein van de ontvankelijkheid doen zich hier derhalve niet voor. (Zie hierover Veegens-Korthals Altes-Groen, Cassatie, 1989, nr. 60.) In rechtsoverweging 2.2.30 van het eindvonnis brengt de Rechtbank tot uitdrukking dat zij de in het tussenvonnis gegeven beslissing als een bindende eindbeslissing beschouwt, waarop noch in conventie noch in reconventie kan worden teruggekomen. Daaraan verbindt zij de volgende conclusie: " De Rechtbank kan dientengevolge evenmin op grond van billijkheidsargumenten een oordeel geven over de verdeling van de tengevolge van de respectievelijke tekortkomingen van beide partijen ontstane schade. Een en ander leidt ertoe dat per onderdeel van [eiser] vordering in reconventie beslist moet worden of de betreffende schade een gevolg is van [verweerder] wanprestatie (voorzover bewezen), danwel van enig ander rechtsfeit, zoals [eiser] wanprestatie ."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c, en de alinea staat in dat document op bytes 9605 tot 12096.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c | shasum -a 256