Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:4.

9. Ik wijs er hier nog wel op dat [verweerder] in zijn schriftelijke toelichting stelt dat de Rechtbank met een andere uitleg van art. 3.1 buiten de rechtsstrijd van partijen zou zijn getreden nu zij kennelijk met haar thans door [eiser] bestreden interpretatie de opvatting van partijen heeft gevolgd. Anders dan [verweerder] lees ik in de door deze aangehaalde passage van de conclusie van dupliek in conventie d.d. 15 februari 1989 niet dat [eiser] art. 3.1 van de huurovereenkomst aldus begrijpt dat deze bepaling het door hem gedane beroep op de exceptio n.a.c. uitsluit; ook de Rechtbank is daar kennelijk niet van uitgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c, en de alinea staat in dat document op bytes 16294 tot 16950.