Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:4.
12. De eerste klacht houdt kennelijk in – mede gezien het bij repliek betoogde – dat onjuist althans onbegrijpelijk is het oordeel dat niet gebleken is dat in casu de termijn voor de levering was een "fatale" termijn in die zin dat [verweerder] door de enkele niet-tijdige levering reeds zonder ingebrekestelling in verzuim zou zijn. Deze klacht faalt voor zover ervan wordt uitgegaan dat naar het hier nog toepasselijke oude recht het verzuim in de regel zonder ingebrekestelling van rechtswege intreedt ingeval een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de debiteur de verbintenis is nagekomen; naar oud recht komt de schuldenaar echter eerst door het enkele verstrijken van de termijn in verzuim indien blijkt dat de termijn als "fatale" termijn is bedoeld. Naar huidig recht is dat anders. Zie Asser-Hartkamp I, 1992, nr. 367. Het oordeel van de Rechtbank dat in casu niet is gebleken dat de termijn van nakoming een fatale termijn was, is een oordeel van feitelijke aard dat niet onbegrijpelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c, en de alinea staat in dat document op bytes 18213 tot 19315.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c | shasum -a 256