Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:4.
13. De tweede klacht meen ik te moeten lezen in de laatste tien regels van p. 6 (aanvangend met de woorden "De Rechtbank heeft .. (voorts) blijk gegeven") en de eerste twee regels van p. 7 van de cassatiedagvaarding. Ik lees hier dat de Rechtbank heeft miskend dat naar oud BW "voor het intreden van de toestand van verzuim ingebrekestelling in het algemeen niet vereist is, in geval een partij bij een overeenkomst die verplicht tot een prestatie, welke vanaf een bepaald tijdstip moet worden geleverd, door niet-nakoming op dat tijdstip op zichzelf reeds in verzuim is, waarbij ondermeer gedacht kan worden aan de verhuurder die niet op de overeengekomen dag het gehuurde – als gehuurd, leeg en zonder gebreken – in gebruik geeft." Ik begrijp hieruit dat erover wordt geklaagd dat de Rechtbank heeft miskend dat naar oud BW in beginsel geen ingebrekestelling is vereist ingeval de niet nakoming op de afgesproken datum een niet behoorlijke nakoming impliceert. [verweerder] leest het middel kennelijk niet aldus; hij is in zijn schriftelijke toelichting in het geheel niet op deze klacht ingegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c, en de alinea staat in dat document op bytes 19331 tot 20459.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39dfebc9849c7eb639ec8a9156d0c836d179a4125830092665bdfb65fc8cfc0c | shasum -a 256