Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1994
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:9.
Anders dan de steller van het middel zou ik voor de toepassing van art. 3 VOA steeds willen uitgaan van een onbelaste vergoeding. Dit ligt m.i. meer voor de hand gelet op de strekking van art. 3 VOA: de laedens mag door het VOA-verhaal niet in een slechtere positie komen dan wanneer hij rechtstreeks door de gelaedeerde zou zijn aangesproken. Zie HR 24 mei 1985, NJ 1985, 732 en de conclusie van A-G Asser (nr. 2.3) voor HR 2 juni 1989, NJ 1990, 726. Op deze manier blijft de toepassing van de VOA eenvoudig (zoals de Hoge Raad wil: HR 4 maart 1977, NJ 1978, 144 m.nt. ARB; HR 9 december 1983, NJ 1984, 708; HR 15 februari 1985, NJ 1986, 687; HR 13 december 1985, NJ 1986, 246 m.nt. G; HR 27 november 1987, NJ 1989, 48 m.nt. C.J.H.B.) en wordt aangesloten bij de uitspraken van 1985 en 1987. Vergelijk ook het bindend advies van mr Bouwman 9 juni 1986, VR 1989, 10.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/144d2d53d15868cb540fdd257501d75a2b4bfc860a4f234359c11a0b8c278724. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 144d2d53d15868cb540fdd257501d75a2b4bfc860a4f234359c11a0b8c278724, en de alinea staat in dat document op bytes 17275 tot 18154.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/144d2d53d15868cb540fdd257501d75a2b4bfc860a4f234359c11a0b8c278724 | shasum -a 256