Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1994

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1994

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:9.

Bij de door mij voorgestane oplossing (VOA-verhaal op basis van netto-bedragen) zal de overheid in haar hoedanigheid van werkgever er soms bij inschieten omdat zij het bruto salaris dat zij heeft uitgekeerd niet kan verhalen op de laedens, terwijl de laedens ervan profiteert dat niet valt na te gaan of het bedrag van de door hem in de fictieve situatie te betalen schadevergoeding zou zijn gebruteerd. Dit lijkt mij echter te prefereren boven de regel die wordt verdedigd in het subonderdeel. Toepassing van die regel zou er namelijk toe leiden dat de laedens in de gevallen waarin de schadevergoeding in concreto niet belast zou zijn geweest, uiteindelijk meer schade moet vergoeden dan hij rechtstreeks aan de gelaedeerde zou hebben moeten betalen, en dit vanwege de toevallige omstandigheid dat de gelaedeerde ambtenaar in de zin van de VOA is. Dat door het bestaan van een rechtspositieregeling voor ambtenaren met daaraan gekoppeld een verhaalsrecht voor de Staat in gevallen als de onderhavige het vaststellen van de omvang van de in de fictieve situatie verschuldigde schadevergoeding niet goed (althans niet op de voor toepassing van de VOA vereiste, eenvoudige wijze) mogelijk is, dient m.i. voor rekening van de Staat te komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/144d2d53d15868cb540fdd257501d75a2b4bfc860a4f234359c11a0b8c278724. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 144d2d53d15868cb540fdd257501d75a2b4bfc860a4f234359c11a0b8c278724, en de alinea staat in dat document op bytes 18160 tot 19413.