Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1994
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1994
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1994, ECLI:NL:PHR:1994:9.
Onderdeel I van het middel is gericht tegen r.o. 13–15 van het bestreden arrest, waarin het hof heeft beslist dat op het civiele plafond niet in mindering mag worden gebracht het bedrag van de uitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) waarop Ram, indien hij geen ambtenaar zou zijn geweest, aanspraak zou hebben kunnen maken. Het middelonderdeel keert zich allereerst tegen de overweging van het hof in r.o. 15 dat een (fictieve) AAW-uitkering niet valt onder de voorzieningen die op grond van art. 3 VOA moeten worden weggedacht. Voorts wordt er in het onderdeel over geklaagd dat het hof heeft miskend dat een redelijke toepassing van art. 8 AAW in samenhang met art. 3 VOA meebrengt dat de getroffene in de fictieve situatie, welke art. 3 VOA op het oog heeft, geacht moet worden aanspraak te hebben op een AAW-uitkering, terwijl met deze uitkering bij de vaststelling van de aansprakelijkheid naar burgerlijk recht rekening moet worden gehouden ingevolge art. 82 AAW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/144d2d53d15868cb540fdd257501d75a2b4bfc860a4f234359c11a0b8c278724. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 144d2d53d15868cb540fdd257501d75a2b4bfc860a4f234359c11a0b8c278724, en de alinea staat in dat document op bytes 23788 tot 24843.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/144d2d53d15868cb540fdd257501d75a2b4bfc860a4f234359c11a0b8c278724 | shasum -a 256