Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 1995

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 5 december 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 1995, ECLI:NL:PHR:1995:1.

"Art. 29 tweede lid Sv staat er naar tot nu toe heersende en door een aantal schrijvers onderschreven rechtspraak niet aan in de weg dat de rechter onder opgave van redenen en met grote voorzichtigheid het door hem waargenomen (art. 340 Sv) zwijgen van de verdachte ten nadele van deze uitlegt. In een extra motivering moet de rechter de redengevende betekenis van het gebezigde wettige bewijsmiddel van art. 340 Sv verantwoorden. Zie Knigge, a.w.(1), p. 114 met verwijzing naar HR NJ 1987, 686 en HR NJ 1989, 657. Vgl. HR NJ 1964, 400, HR NJ 1979, 41 met noot ThWvV, en, voor de leugenachtige verklaring van de verdachte, HR NJ 1993, 55, ook met noot ThvV, HR DD 95.013; Blok-Besier II, p. 137; J.W. Fokkens, Bewijzen in het strafrecht, p. 55; Minkenhof-Reijntjes, t.a.p. (2); Corstens, a.w.(3) (...). Het zal hier in het bijzonder op de precisie van de nadere bewijsmotivering aankomen, opdat van geval tot geval kan worden vastgesteld dat de beslissing van de rechter om de hantering van het zwijgrecht door de verdachte tegen deze te laten werken niet zulk een inbreuk op de rechten van de verdediging vormt dat van een eerlijk proces niet meer kan worden gesproken."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af24c3093e6114c547dcc0be9f36c56a1fc855769acfbf21a84eebf9fbbee054. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af24c3093e6114c547dcc0be9f36c56a1fc855769acfbf21a84eebf9fbbee054, en de alinea staat in dat document op bytes 6991 tot 8175.