Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 1995

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 5 december 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 1995, ECLI:NL:PHR:1995:1.

4. Het tweede middel bestrijdt het gebruik voor het bewijs van een tweetal verklaringen die een mening of conclusie inhouden. Het gaat om de bewijsmiddel 8 en 13 met onder meer de drie in het middel weergegeven verklaringen van politie-ambtenaren. In de opmerking van verbalisanten dat bij "de dader de wil om de vrouw te doden zeer duidelijk aanwezig is geweest" (bewijsmiddel 8) ziet mr. Spong een verklaring die een aspect van het telastegelegde opzet betreft. Ik zie dit anders. De betrokken politie-ambtenaren hebben in hun als bewijsmiddel 8 gebruikte verklaring, voor zover hier van belang, weergegeven wat zij op grond van hun kennis en ervaring konden verklaren, namelijk dat de slagen moeten zijn toegebracht door iemand met een geringe lichaamskracht of een gering gewicht. Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor de bestreden onderdelen van bewijsmiddel 13. Het middel is ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af24c3093e6114c547dcc0be9f36c56a1fc855769acfbf21a84eebf9fbbee054. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af24c3093e6114c547dcc0be9f36c56a1fc855769acfbf21a84eebf9fbbee054, en de alinea staat in dat document op bytes 11244 tot 12151.