Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:12.
17. De andere klachten van onderdeel 2 (onder 5.3 t/m 5.6) komen erop neer dat het Hof een te beperkte maatstaf heeft aangelegd bij de vraag of de uitzondering op de uitzondering zich voordoet. Volgens deze klachten wordt -- ik parafraseer -- het terrein van art. 13 A lid 1 aanhef en onder 1 jo. art. 13 A lid 3 BMW ook reeds verlaten, indien het reclame-gebruik door de wederverkoper schade toebrengt aan het "associatieve netwerk" van de merken, dat wil zeggen het prestigiueze imago en de luxe uitstraling van de merken die het gevolg zijn van de door de merkhouder gekozen wijze van presentatie en reclame maken. Komt, anders gezegd, de uitzondering op de uitzondering alleen in beeld wanneer het reclamegebruik door de wederverkoper in belangrijke mate dient om reclame te maken voor zijn onderneming als zodanig, of is dit slechts één van de gevallen waarin de drempel van art. 13 A lid 1 aanhef en onder 1 jo. art. 13 A lid 3 naar art. 13 A lid 1 aanhef en onder 2 gepasseerd wordt?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/729abdc8eaf05b5223d46f147fe0b378198bbfff9d730fc84a110e028c3af4b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 729abdc8eaf05b5223d46f147fe0b378198bbfff9d730fc84a110e028c3af4b7, en de alinea staat in dat document op bytes 18331 tot 19336.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/729abdc8eaf05b5223d46f147fe0b378198bbfff9d730fc84a110e028c3af4b7 | shasum -a 256