Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:12.

21. Waar het onderdeel spreekt van de "psychische toestand" van de waar, gaat het naar mijn mening niet om de toestand van de waar, maar om de associaties die het op de waar en bij de aankondiging van de waar gebruikte merk bij het publiek wekt en dus om de reclamefunctie van het merk ("de allure, het prestigieuze imago en de luxe uitstraling als gevolg van de door de merkhouder onder gebruikmaking van zijn merkrechten gekozen wijze van presentatie en reclamemaken"). Dat Dior door de wijze waarop Kruidvat bij de aanbieding van de Dior-producten gebruik maakt van de Dior-beeldmerken schade lijdt in deze functie van haar merken, is voor de vraag of de uitzondering op de uitzondering van toepassing is niet van belang, zolang de feitelijke toestand van de waar niet is gewijzigd, zo volgt uit het bovenstaande. Het oordeel van het Hof acht ik derhalve juist. Onderdeel 3 zal m.i. moeten falen. Na de duidelijke taal van het Benelux-Gerechtshof in de Valeo-uitspraak acht ik het stellen van prejudiciële vragen op dit punt overbodig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/729abdc8eaf05b5223d46f147fe0b378198bbfff9d730fc84a110e028c3af4b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 729abdc8eaf05b5223d46f147fe0b378198bbfff9d730fc84a110e028c3af4b7, en de alinea staat in dat document op bytes 23912 tot 24964.