Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:12.

28. Het beroep op de strekking van art. 23 Auteursrecht lijkt mij sterker. Wanneer de maker van een uniek werk van beeldende kunst zich niet met een beroep op het auteursrecht kan verzetten tegen bevordering van de verkoop door afbeelding van het werk in een catalogus, is het een kleine stap om ook de auteursrechthebbende op het uiterlijk van in massaproductie vervaardigde consumptie-artikelen de bevoegdheid te ontzeggen met een beroep op het auteursrecht zich te verzetten tegen bevordering van de verkoop door afbeeldingen van die artikelen in reclame-materiaal. Art. 23 maakt echter een uitzondering voor het geval anders is overeengekomen. Bij de toepassing op in massaproductie vervaardigde consumptie-artikelen zal deze uitzondering m.i. zó moeten worden opgevat, dat de auteursrechthebbende wel de bevoegdheid heeft om zich te verzetten tegen de verveelvoudiging, indien de goederen buiten de door hem gekozen distributiekanalen ter verkoop worden aangeboden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/729abdc8eaf05b5223d46f147fe0b378198bbfff9d730fc84a110e028c3af4b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 729abdc8eaf05b5223d46f147fe0b378198bbfff9d730fc84a110e028c3af4b7, en de alinea staat in dat document op bytes 28588 tot 29572.