Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1995
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:14.
11. Art. 14j Sr heeft betrekking op de tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen. Uit het systeem der wet (zie o.m. art. 14g lid 3, art. 14j lid 1 Sr, art. 361a en art. 424 lid 3 Sv) vloeit mijns inziens voort dat alleen indien het gaat om de overtreding van de algemene voorwaarde van art. 14c lid 1 Sr (zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maken aan een strafbaar feit) een op overtreding van die voorwaarde gebaseerde vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf gelijktijdig met de nieuwe zaak behandeld wordt en wel door de rechter die bevoegd is tot kennisneming van het nieuwe feit en dat de beslissing in dat geval deel moet uitmaken van het vonnis inzake het nieuwe feit. Indien het echter gaat om de wijziging van bijzondere voorwaarden of om een tenuitvoerleggingsvordering wegens de niet-naleving van een bijzondere voorwaarde is slechts de rechter bevoegd die de voorwaarde stelde (vgl. HR NJ 1994, 578 m.n. ThWvV). Op een dergelijke vordering (of verzoek) dient separaat te worden beslist. In de praktijk zal dit vaak niet anders kunnen, omdat er geen nieuw feit is aangebracht waarover bij vonnis beslist moet worden, bijv. indien het gaat om het niet voldoen aan de bijzondere voorwaarde dat de schade behoort te worden vergoed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b51753e183827b8146fa36924fbe9e2ca60b2f3cc7379485129bcb462dfdd684. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b51753e183827b8146fa36924fbe9e2ca60b2f3cc7379485129bcb462dfdd684, en de alinea staat in dat document op bytes 11983 tot 13285.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b51753e183827b8146fa36924fbe9e2ca60b2f3cc7379485129bcb462dfdd684 | shasum -a 256