Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1995
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:14.
Dat leidt tot de gevolgtrekking dat art. 22h Sr door zijn verwijzing naar de gedifferentieerde appelmogelijkheid van art. 14j lid 1 Sr de onjuiste suggestie wekt dat het van de inrichting van het vonnis afhankelijk is of een rechtsmiddel openstaat tegen de omzetting van dienstverlening in gevangenisstraf. Die omzetting moet immers vergeleken worden met de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf, waartegen nimmer een rechtsmiddel openstaat; vgl. ook de casus van HR NJ 1994, 578 m.n. ThWvV.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b51753e183827b8146fa36924fbe9e2ca60b2f3cc7379485129bcb462dfdd684. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b51753e183827b8146fa36924fbe9e2ca60b2f3cc7379485129bcb462dfdd684, en de alinea staat in dat document op bytes 17109 tot 17624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b51753e183827b8146fa36924fbe9e2ca60b2f3cc7379485129bcb462dfdd684 | shasum -a 256