Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Alinea 100 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.
kan bezwaarlijk (a contrario) worden afgeleid dat de wetgever van 1926 niet heeft gewild dat de politie de waarheid aan het licht zou brengen door middel van uiterst conventionele methoden als het horen van getuigen, het opnemen van sporen of het instellen van een technisch onderzoek. De wetsgeschiedenis geeft aan zo'n beperkte uitleg evenmin enige steun, zo zij er al niet haaks op staat. Zie de befaamde passage in de MvT bij het wetboek (Hand. II 1913–1914, 286, nr. 3, blz. 9 ev) waar aan de orde is welke waarborgen het wetboek bevat om te voorkomen dat het voor de opsporing gekozen uitgangspunt aanleiding kan geven tot misbruik of tot benadeling van de verdachte. Dat uitgangspunt luidt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 46322 tot 47035.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789 | shasum -a 256