Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

In deze geest ook mr Meijers die het in zijn genoemde preadvies (blz. 42) een ‘’onbegonnen werk’’ noemt ‘’een poging tot een overzicht van opsporingsmethoden te ondernemen’’, en die voorts van oordeel is dat ‘’elke wettelijke regeling van een methode van opsporing in de fase vóór de verdenking het gevaar in zich (bergt) de opsporing haar wendbaarheid te ontnemen’’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 47890 tot 48297.