Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

35. Ook de stelling dat de wetgever politiële activiteiten heeft willen verbieden zolang geen sprake is van een gerezen verdenking van een strafbaar feit, staat op gespannen voet met de geschiedenis; verwezen zij slechts naar de beschouwingen van Fijnaut over het vanouds bestaande informatieve vooronderzoek (Back to Basics, DD 1995, blz. 528–532). En voor zover bedoeld mocht zijn dat art. 1 Sv (strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien) ‘’buitenwettelijke’’ onderzoeks- of opsporingsmethoden verbiedt, wordt eraan voorbijgezien dat deze bepaling blijkens de wetsgeschiedenis er slechts toe strekt te benadrukken dat de lagere wetgever niet bevoegd is regels te stellen omtrent de strafvordering, waaronder de opsporing. Zie MvT, blz. 28 alsook het preadvies van mr Meijers, blz. 41.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 48329 tot 49165.