Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 109 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

Corstens maakt datzelfde voorbehoud waar hij spreekt over een bijzondere wettelijke regeling die ‘’inbreuken op grondrechten’’ kan legitimeren. Ik versta deze passages aldus dat ook deze schrijvers politiële activiteiten in de pro-actieve fase niet ontoelaatbaar achten zolang er geen fundamentele rechten in het geding zijn. In dezelfde geest sprak zich ook een overgrote meerderheid van de vergadering der NJV in 1994 uit, toen zij bevestigend antwoordde op de vraag of het bezigen van opsporingsmethoden die een ernstige inbreuk kunnen vormen op de privacy, onderworpen dient te worden aan voorafgaande (rechterlijke) toetsing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 50514 tot 51205.