Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 112 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

39. Daaraan kan nog worden toegevoegd dat — anders dan in de literatuur wel wordt verdedigd — ook de taakstellingsbepalingen van de artt. 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering bevoegdheden creëren, zij het dat die bevoegdheden eerst reactief, dus na gerezen verdenking, mogen worden aangewend. Het opdragen van een taak impliceert naar mijn mening dat de betrokkene niet alleen verplicht maar ook bevoegd is die taak naar behoren te vervullen. Dat in de opgedragen taak de bevoegdheid besloten ligt om al die handelingen te verrichten die voor een juiste taakvervulling nodig zijn, achtte de wetgever kennelijk zo vanzelfsprekend dat hij meende over die keerzijde van de taakstellingsbepalingen niet uitdrukkelijk te hoeven gewagen. Niettemin bevat de wetsgeschiedenis wel een enkel aanknopingspunt voor deze zienswijze.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 52846 tot 53693.