Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 119 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

De eerste poot van het verweer is door het hof op juiste gronden ondeugdelijk geoordeeld. Uitgaande van het oordeel dat de toegepaste methoden rechtens toelaatbaar waren, heeft het hof vervolgens terecht overwogen (ik parafraseer het gestelde op blz. 8 en 9 van het arrest) dat de toepassing van methoden aan de uitvoering waarvan de wet geen bijzondere eisen stelt, niet onrechtmatig wordt doordat van het OM daarvoor geen toestemming is verkregen en dat zulks a fortiori geldt indien die niet-vereiste toestemming wel is gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 55586 tot 56131.