Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

Dat kan ook verklaren dat de regering geen inzicht kon geven in het door deze bepaling veronderstelde programma tot toetsing en zonodig aanpassing van bestaande wetgeving. Tegen die achtergrond kunnen vraagtekens worden geplaatst bij het procédé dat hierop neerkomt dat art. 10 lid 1 van de Grondwet eerst ruim wordt uitgelegd door daaraan dezelfde inhoud toe te kennen als aan art. 8 lid 1 EVRM, en dat vervolgens wordt geconstateerd dat — anders dan bij art. 8 lid 1 EVRM — beperking onmogelijk is omdat de formele wetgever de bevoegdheid daartoe niet in het leven heeft geroepen. Zie over de (soms te) weinig terughoudende benadering van het begrip persoonlijke levenssfeer ook Van der Pot-Donner, Handboek van het Nederlandse staatsrecht, 13e druk, blz. 294.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 62538 tot 63358.