Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 144 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

55. De klacht in de toelichting sub 2.14–2.16 dat in het kader van één onderzoek geen sprake kan zijn van zowel een pro-actief als een reactief onderzoek, houdt er geen rekening mee dat art. 140 Sr een pluraliteit van misdrijven eist, terwijl voor toepassing van de Opiumwet één feit al voldoende is. En bovendien ‘kost' het de politie enkele (Opiumwet)misdrijven voordat zij de organisatie die daar mogelijk achter zit in kaart heeft gebracht. Dat laat onverlet dat de politie op grond van art. 9 Opiumwet mag optreden, telkens als aan de voorwaarden van die bepaling is voldaan. De onaannemelijke uitkomst van het middel zou zijn dat de politie niets zou mogen ondernemen bij de verdenking van in georganiseerd verband gepleegde Opiumwetmisdrijven, terwijl zij wel zou mogen optreden bij een Opiumwetdelict dat buiten zo'n verband wordt begaan. Het enkele feit dat de gegevens die worden verkregen in het kader van het (reactieve) onderzoek ter zake van het ene misdrijf uiteindelijk ook dienstig kunnen zijn voor het onderzoek naar het andere misdrijf, wil nog niet zeggen dat aldus gebruik gemaakt wordt van bevoegdheden voor een ander doel dan waarvoor zij zijn gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 71040 tot 72237.