Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

58. De klachten sub 2.24–2.27 stuiten af op het feitelijk oordeel van het hof dat geen sprake was van stelselmatig zoeken. Het middel acht dit een onbegrijpelijk oordeel maar voert daartoe slechts omstandigheden aan die a) ter zitting niet zijn aangevoerd en/of b) het oordeel van het hof niet ontkrachten: het maken van foto's van het interieur, het veiligstellen van dactyloscopische sporen en het plaatsen van een merkteken op de toegangsdeur (om later te kunnen vaststellen of de loods nog in gebruik was), kunnen — gelet ook op hetgeen het hof dienaangaande heeft overwogen — niet zonder meer worden gelijkgesteld aan stelselmatig zoeken, een term die ontleend lijkt te zijn aan het huiszoekingsarsenaal (vgl. HR NJ 1985, 822 en HR NJ 1988, 155). Van iets dergelijks is in casu geen sprake; er is ook niets inbeslaggenomen. Vgl. voorts HR NJ 1988, 690, NJ 1989, 631 en NJ 1990, 59; zie ook Mevis in T&C Sv, aant. 2 op art. 112 Sv en Blom T&C Sv, aant. 6 op art. 9 Opiumwet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 72954 tot 73960.