Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 167 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

eraan voorbij dat omtrent déze intentie ter zitting van het hof niets is aangevoerd. Dat geldt ook voor de in dit toelichtingonderdeel vervatte klacht dat de opsporingsambtenaren als redelijk denkende mensen niet tot het oordeel hadden mogen komen dat de plaatsing van de zakken erop wees dat zij de zakken in bezit mochten nemen, nog daargelaten dat dit criterium eerst een rol gaat spelen zodra de politie de eigendom van de inhoud der zakken zou claimen, hetgeen niet het geval is. De eveneens in dit onderdeel opgenomen klacht inzake de miskenning van de verbodsbepaling van art. 16 van de Afvalstoffenverordening van de gemeente Amsterdam om zonder vergunning afvalstoffen etc. in te zamelen en te vervoeren, gaat eraan voorbij dat in hoger beroep slechts is aangevoerd dat op grond van voornoemde verordening (aangeduid als besluit) de verplichting bestaat de zakken en hun inhoud te doen vernietigen; over het ontbreken van een vergunning is niet gerept. Het hof kan niet met succes worden aangewreven dat het niet heeft gereageerd op niet-gevoerde verweren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 82595 tot 83675.