Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 176 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

‘’3. Het gaat in deze zaak om de vraag of de politie gesprekken die worden gevoerd via een mobiele telefoon (zoals een autotelefoon) mag afluisteren en opnemen. Voor het antwoord op die vraag is in het bijzonder van belang dat dergelijke gesprekken gedeeltelijk door de ether worden overgebracht, namelijk voor zover het gaat om de verbinding tussen de autotelefoon (een radiozender/ontvanger) en het basisstation (een radiozend/ontvangstation), welk basisstation via normale telefoonlijnen is verbonden met een autotelefooncentrale die op zijn beurt via vaste lijnen is aangesloten op het vaste telefoonnet (zie het rapport van de deskundige Rijnders, die ook ter zitting in eerste aanleg d.d. 14–15 maart 1994 is gehoord). De transmissie door de ether geschiedt op zodanige wijze dat mee- of afluisteren betrekkelijk simpel is. (…)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 86537 tot 87392.