Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 178 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

5. Dit standpunt is, dunkt mij, zonder meer juist voor zover het gaat om het in art. 12 van de Grondwet gewaarborgde telefoongeheim. Uit de geschiedenis van deze bepaling valt immers onmiskenbaar af te leiden dat draadloos telefoonverkeer — zoals de mobilofoon en de marifoon — niet onder het telefoongeheim valt (Hand. II 1976–1977, 13872, MvT, blz. 44 ev). De aan deze opvatting ten grondslag liggende gedachte is dat de ether vrij is, zodat eenieder die via de ether communiceert, erop bedacht kan en behoort te zijn dat anderen kunnen meeluisteren. De keuze voor deze communicatievorm impliceert dat geen beroep kan worden gedaan op het telefoongeheim. In deze zin ook reeds het wetsvoorstel dat aan het tegenwoordige art. 139c Sr ten grondslag ligt (Hand. II 1966–1967 8911 nr. 3 blz. 6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 88164 tot 88979.