Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Alinea 186 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.
Overigens is ook zonder zo'n bijzondere inspanning het draadloze telefoonverkeer tot op zekere hoogte strafrechtelijk beschermd. Het bij diezelfde wet gewijzigde art. 441 Sr bevat namelijk het (vrij ver gaande, aldus NLR aant. 2) verbod niet alleen op het openlijk bekendmaken maar ook op het aantekening houden en het op enige wijze gebruiken van ‘’de inhoud of de strekking van hetgeen door middel van een onder zijn beheer staande of door hem gebruikte radio-elektrische ontvanginrichting is opgevangen en, naar hij redelijkerwijs moet vermoeden, niet voor hem of mede voor hem bestemd is’’. Bij de leemtewet van 12 april 1995, Stb. 227, zijn het houden van aantekening en het gebruik overigens weer geschrapt; de MvT (Hand. II 1993–1994, 23855, nr. 3, blz. 1) motiveert deze wijziging onder meer als volgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 93423 tot 94257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789 | shasum -a 256