Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 222 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

80. Aldus wordt allereerst miskend dat het hof ampel uitdrukking heeft gegeven aan zijn juiste rechtsopvatting dat de rechter ook ambtshalve moet waken voor onrechtmatigheden in het strafrechtelijk vooronderzoek. Naar de wijze waarop de strafzaak aan het rollen is gebracht, behoeft de rechter in beginsel evenwel geen onderzoek in te stellen. Dit is slechts anders indien uit de stukken het rechtstreekse en ernstige vermoeden rijst dat er sprake is van een vitium originis dan wel dat anderszins sprake is van onrechtmatigheden (vgl. HR NJ 1989, 142) of indien een desbetreffend verweer wordt gevoerd. Een dergelijk verweer zal echter met feiten en omstandigheden onderbouwd moeten zijn (vgl HR NJ 1981, 517 en NJ 1984, 189), al was het maar om te voorkomen dat zgn. fishing expeditions worden uitgevoerd of dat tijd en mankracht verloren gaan aan onderzoek naar loze of volstrekt ongefundeerde beweringen (in het voorbijgaan kan worden gewezen op de keerzijde van de medaille: het OM mag ook niet zomaar een dagvaarding bij de rechter deponeren zonder daarin een welomschreven beschuldiging op te nemen en een dossier bij te voegen). De enkele stelling dat het ‘’niet uit te sluiten’’ is, gelijk bij het hof is betoogd, dat bij het verzamelen van CID-informatie gebruik is gemaakt van inkijkoperaties is derhalve niet voldoende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 112736 tot 114089.