Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Alinea 240 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.
89. Voor vernietiging zou, zoals onder 8 ook al is aangeduid, mijns inziens desondanks grond bestaan indien het methoden betreft die van zodanig verwerpelijke aard zijn dat zij nimmer mogen worden toegepast. Zodanig evident verwerpelijk zijn de onderwerpelijke methoden echter niet. Dat neemt echter niet weg dat ook dan van onrechtmatigheid kan worden gesproken indien bij de toepassing van op zichzelf toelaatbare onderzoeksmethoden inbreuk is gemaakt op het recht. Het hof heeft evenwel vastgesteld dat zulks in casu niet het geval is. Bij dit feitelijk oordeel zal de Hoge Raad zich moeten neerleggen, omdat het hof geen inzicht heeft gegeven — en bij gebreke van verweer ook niet hoefde te geven — in hetgeen de politie precies heeft gedaan bij de genoemde observaties etc. Geen acht zal derhalve geslagen kunnen worden op de eerst in cassatie bijgebrachte feitelijke stellingen en de daarop gebaseerde conclusie dat de politie door de wijze waarop zij geobserveerd heeft, inbreuk heeft gemaakt op verzoekers persoonlijke levenssfeer (toelichting 2.10–2.14).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 119721 tot 120803.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789 | shasum -a 256