Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.
7. Bij deze stand van zaken zouden de middelen niet veel kans hebben gemaakt indien het hof zich had beperkt tot het oordeel dat al het aangevoerde niet kan leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het OM in zijn vervolging, bijvoorbeeld door te overwegen dat hetgeen ten verweer is aangevoerd — aangenomen al dat de gestelde onrechtmatigheden zich hebben voorgedaan — onvoldoende is voor de slotsom dat de politie en/of justitie zich jegens verzoeker heeft schuldig gemaakt aan ernstige schending van beginselen van een goede procesorde (vgl. HR NJ 1981, 643 inzake het optreden van een undercover agent). Iets daarvan valt trouwens in 's hofs arrest (blz. 8) te proeven. Bovendien heeft de verdediging ook niet aangegeven welk van die beginselen geschonden zou zijn (vgl. HR NJ 1994, 538 ).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 13304 tot 14151.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789 | shasum -a 256