Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

8. Bij een dergelijke summiere motivering heeft het hof het niet gelaten. Sterker nog: het nadeel dat de stellers der middelen ondervonden doordat zij niet konden terugvallen op een pleitnota en zij mitsdien gebonden waren en zijn aan 's hofs weergave van de verweren, wordt op het eerste gezicht ruimschoots gecompenseerd door het feit dat het hof als het ware los van de feiten uitvoerige beschouwingen heeft gegeven over de normering van de zgn. pro-actieve fase van het politieel vooronderzoek en over de vraag hoe de aangevochten onderzoeksmethoden zich daartoe verhouden (arrest blz. 5–19). In dat verband heeft het hof (ambtshalve) zijn oordeel uitgesproken over de rechtmatigheid van een aantal onderzoeksmethoden waarover de verdediging niet had geklaagd, zoals het observeren, fotograferen, plaatsen van peilzenders, etc. Weliswaar heeft het hof dat oordeel ingekleed als een overweging ten overvloede (arrest, blz. 16 onderaan), maar dat woordgebruik kan niet verhullen dat het hier gaat om de verantwoording van een ambtshalve ingesteld onderzoek, tot welke verantwoording het hof niet gehouden was. Nu het hof zich evenwel dienaangaande heeft uitgelaten, is dat oordeel vatbaar voor cassatie, overigens binnen de door het hof aangegeven grenzen; op dit aspect kom ik terug bij de bespreking van middel VIII.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 14167 tot 15503.