Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

11. Het hof heeft dit verzoek niet afgewezen met het argument dat het horen van de officier van justitie niet past in het Nederlandse stelsel van strafvordering (HR NJ 1981, 536 nt GEM). Terecht heeft het hof zich, dunkt mij, begeven in de vraag of het gevraagde verhoor noodzakelijk was. Want het valt moeilijk in te zien waarom de officier van justitie zich nimmer tegenover de (appel)rechter zou behoeven te verantwoorden over zijn optreden, bijv. in zijn hoedanigheid van het opsporingsonderzoek. In deze zin ook o.a. de annotator Mulder alsmede Corstens, Handboek, 2e druk, blz. 124–125. Zie ook HR NJ 1982, 650 voor een (door de Hoge Raad niet afgekeurde) enigszins vergelijkbare aanpak als i.c.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 18601 tot 19320.