Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

Gelet op het voorgaande acht ik de afwijzing van het hof bepaald niet onbegrijpelijk. Het ontbreken van de noodzaak om de officier van justitie te horen wordt nog versterkt door de redengeving van het hof ter verwerping van het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het OM. Ik wijs slechts op de passage waarin het hof overweegt dat het dossier, inclusief het nadere proces-verbaal van de hoofdinsepcteur [verbalisant] en diens toelichting daarop ter zitting een volledig beeld geeft van het onderzoek in deze zaak (arrest, blz. 10) en voorts die waarin het hof de gedachte verwerpt dat de opsporingsambtenaren en/of het OM onbehoorlijk zouden zijn opgetreden, aangezien geen opsporingsmethoden, -middelen en -technieken zijn gebruikt ten aanzien van de ontoelaatbaarheid waarvan discussie zouden hebben kunnen bestaan (blz. 8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 22694 tot 23537.