Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.
19. Dat betekent echter niet dat 's hofs arrest aan nietigheid zou lijden en dat het middel deswege zou slagen. Elders (Cassatie in strafzaken, 3e druk, blz. 140, en in ander verband De verjaring van het recht tot strafvordering, blz. 290–294) heb ik al eens uiteengezet dat het hier om een motiveringsvoorschrift gaat dat de Hoge Raad indertijd zelf in het leven heeft geroepen om te voorkomen dat de bouw van de papieren muur tot gevolg zou hebben dat hij iedere controle op het bestaan van mogelijke vervolgingsbeletselen zou verliezen. Maar aangezien die muur bedoelde controle niet meer verhindert, heeft het onderhavige motiveringsvoorschrift thans geen bestaansrecht meer. Als de Hoge Raad immers — om in de woorden van de oud-raadsheer mr De Waard (Bronkhorstbundel, blz. 325) te spreken — een blik werpt door de vensters die inmiddels in de papieren muur zijn aangebracht, zal hij zien dat de teksten van alle relevante equivalenden van art. 140 Sr ter zitting van 24 oktober 1994 en 4 november 1994 zijn overgelegd. Anders dan het middel veronderstelt behoefden die teksten in het proces-verbaal van de zitting noch in het arrest te worden weergegeven. Zie over dit topic ook het boekje Vervolgingsbeletselen, blz. 26.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 26770 tot 28018.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789 | shasum -a 256