Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

Het eerste probleem dat zich hier voordoet is dat de taal een gebrekkig voertuig is. Dat geldt vooral voor potjeslatijn als pro-actief onderzoek (zie ook de opinie — Geachte prodactie — van Haverkate in NJB 1994, blz. 744). Zo haalt Naeyé in zijn inaugurele rede (Het politieel vooronderzoek in strafzaken, blz. 15) maar liefst zeven schrijvers aan met eigen, evenmin erg verhelderende omschrijvingen van dit begrip, variërend van ‘’sudderfase’’ tot ‘’voor-strafvorderlijk optreden’’. Teneinde de spraakverwarring niet nog groter te maken, onthoud ik mij van het voorstellen van een ander woord, al attendeer ik wel op het voorstel van Corstens (DD 1995, blz. 2) om over ‘’vroegsporing’’ te spreken, zulks onder de aantekening dat ook die uitdrukking vragen oproept, zeker als we haar plaatsen naast de bekende term ‘’nasporing’’ (van bijv. art. 143 Sv-oud). Evenmin zal ik een poging wagen een sluitende definitie op te stellen; daarvoor moeten de uitkomsten van de huidige parlementaire enquête en de eventuele daarop gebaseerde voorstellen maar worden afgewacht. In deze zaak gaat het immers primair om het begrip pro-actief zoals dat door de verdediging en door het hof is gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 29359 tot 30598.