Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.

‘’Zolang zodanig redelijk vermoeden, te begrijpen als redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit, als bedoeld in artikel 27 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, niet vast staat, heeft het betreden van plaatsen (het houden van ‘’inkijkoperaties’’) door de opsporingsambtenaren geen rechtsgrondslag om de eenvoudige reden dat er, zolang de pro-actieve fase loopt, nog geen zodanig redelijk vermoeden van schuld bestaat. Indien het hof terzake anders zou oordelen, kan in de onderhavige zaak in de gevallen, waarin ‘’inkijkoperaties’’ hebben plaatsgevonden, telkens niet gesproken worden van een redelijk vermoeden van schuld omtrent het begaan worden of zijn van een strafbaar feit, omdat in die gevallen slechts sprake was van CID-informatie, hetgeen als ongenoegzaam ter motivering van zo een vermoeden moet worden aangemerkt.’’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 31002 tot 31883.