Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 1995, ECLI:NL:PHR:1995:15.
30. De juistheid van de stelling dat het ‘’staatsrechtelijk fatsoen’’ zou meebrengen dat het hof zich van deze rechtsvindingsoperatie had moeten onthouden ‘’in deze periode van wetgevende activiteit met het oog op het evenwicht tussen en de scheiding van de machten in de Staat’’ en dat de thans werkzame parlementaire enquêtecommissie zich niet de wet kan laten voorschrijven door het hof, vermag ik niet in te zien. Ten eerste is de commissie mans genoeg om zelf de betekenis van 's hofs oordeel naar waarde te schatten. Belangrijker is echter dat er nog in het geheel geen sprake is van ‘’wetgevende activiteit’’; niet ondenkbaar is zelfs dat de parlementaire enquête zal uitwijzen dat regeling der opsporingsmethoden bij wet onmogelijk en/of inopportuun is. Het stilleggen van de behandeling van de wetsvoorstellen inzake het afluisteren met richtmicrofoons etc. is hiermee niet onverenigbaar, aangezien de toepassing van die onderzoeksmethode in de regel een inbreuk oplevert op het in art. 10 van de Grondwet en art. 8 EVRM gegarandeerde recht op privacy. Dat kan van de door het hof besproken methoden niet op voorhand worden gezegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789, en de alinea staat in dat document op bytes 40576 tot 41756.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6aae069529059e447b82b1210ad14683c02741728b7ee803704eedbbe7b4789 | shasum -a 256