Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 1995, ECLI:NL:PHR:1995:17.
4. De rechtbank heeft dat verweer verworpen met de overweging dat gelet op de omstandigheid dat [betrokkene 1], [betrokkene 3], [betrokkene 2] en [betrokkene 4] aandeelhouder en — voor zover het betreft laatstgenoemde — bestuurder van [A] zijn, het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de beslagen voorwerpen kunnen dienen als verhaalsobject. Voorts doet zich volgens de rechtbank niet het geval voor dat het hoogst onaannemelijk is dat de rechter de staat zal ontzeggen verhaal uit te oefenen op de inbeslaggenomen goederen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b, en de alinea staat in dat document op bytes 9716 tot 10258.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e763deac8f7010a04465a1602242193bb24463d186a6af4de7532652329b49b | shasum -a 256